Bizar

Regelmatig wordt er gevraagd waarom ik sommige dingen wel onthoud en andere dingen niet.

Hoe dat precies werkt weet ik niet, ik weet wel dat als ik ergens emotie bij voel ik het kan onthouden. (ook niet altijd)

Zo weet ik ook alles van voor het incident. Gelukkig herken ik dus iedereen die ik voor het incident al kende en dus ook alles wat ik met die mensen heb meegemaakt. 

Sterker nog, ik weet mijn BSN nummer uit mijn hoofd, al mijn kentekens van elke auto die ik gehad heb en zelfs sommige wetteksten dreun ik zo op. 

Bizar hoe het brein werkt. Dit heb ik al zo vaak gedacht. Bizar…

Onze trouwdag bijvoorbeeld. Ik zal je niet kunnen zeggen wat er tijdens de plechtigheid gezegd is.

Ik weet niet meer waarover ik het gehad heb en met wie die dag.

Maar ik weet wel hoe ik me voelde. Ik trouwde die dag met de liefde van mijn leven en ik kan me herinneren dat ik naar hem keek tijdens de fotoreportage en gewoon intens gelukkig was. Dat is een klein stukje van de dag maar dat ik dat gevoel terug kan halen en dat moment met Roel dat is voor mij wel prima. Uiteindelijk draait het op zo’n dag om liefde en dat voel ik nu nog als ik dat moment met Roel terug haal. 

 

Waarom ik sommige dingen wel onthoud is vaak omdat ik heel veel opschrijf of van bepaalde momenten foto’s maak met tekst erbij. Op deze manier kan ik redelijk wat onthouden.

Omdat ik nu eenmaal niet alles wat ik meemaak of bespreek met mensen op kan schrijven moet je gaan filteren wat je wil onthouden. Belangrijke zaken schrijf ik op, afspraken gaan op de kalender en mijn telefoon staat vol met notities.

Ik noteerde ook vaak dingen die mensen me vertelden en die ik wel echt wilde onthouden maar dat is best lastig. Tijdens een gesprek denk ik vaak: O, dit wil ik echt onthouden! Je gaat dan verder met dat gesprek en uiteindelijk ben ik het dan weer vergeten. Om nu midden in een gesprek te zeggen: “Stop even, dit wil ik echt even noteren” is toch ook best vreemd. 

Daar ben ik dus mee gestopt en ik moet er maar gewoon aan wennen dat ik het vergeet. Dat is niet altijd makkelijk. Ik voel me vaak schuldig als ik iets vergeten ben, zeker als het belangrijk was voor die persoon.

Soms wil je juist vergeten omdat sommige zaken best frustrerend zijn of verdrietig of moeilijk en dan blijft het dus toch hangen. Erg irritant. 

 

Ik krijg ook weleens de vraag of ik iets ervaren heb tijdens het moment dat ik knock-out was.

Nou, nee. 

De vraag hoe dat voelde kan ik dus niet beantwoorden. Ik probeer het vaak terug te halen maar ik heb er gewoon geen beeld bij. Ik kan me niet herinneren dat er iemand op me af kwam en uithaalde en toen nog een keer.

Sterker nog als ik de daders tegen zou komen herken ik ze niet. Ik weet dat er filmpjes zijn waarop ze te zien zijn en als ik deze maar vaak genoeg zou kijken ik hun gezichten zou kunnen onthouden maar ik kies er voor dit niet te doen. Soms moet je gewoon dingen niet willen weten. 

 

Dan nog zo iets als tijd. Dat is wel een dingetje. 

Ik bedoel, we zijn nu bijna twee en een half jaar verder maar als je mij zegt dat het twee maanden terug gebeurd is dan geloof ik het meteen.

Ik weet dat ik alles bij elkaar bijna een jaar fysiotherapie heb gehad en nog eens bijna 7 maanden revalidatie maar het lijkt soms alsof mijn tijdsbesef heel anders is geworden.

Best vreemd en hoe dat komt weet ik eigenlijk niet.

In mijn hoofd ben ik ook nog steeds 34 jaar, dat is dan wel weer grappig. Ik word gewoon nooit ouder dan 34 jaar in mijn hoofd. Als ik er dan ook nog voor de rest van mijn leven als 34 jarige uit mag zien vind ik dat best wel prima :-)


Telefoontjes plegen

Oke, telefoongesprekken voeren. Ik vind het een ellende. Lach me soms ook suf. 

Het kost hoe dan ook energie en een heleboel denkwerk.

Ik voer inmiddels gesprekken met allerlei instanties en vaak over best belangrijke zaken, vind ik zelf dan.

 

Om niets te vergeten schrijf ik altijd op dat ik nog moet bellen met, nou ja, noem maar op, het UWV, advocaten, Achmea, verzuimcoach, de bond.

Nu was ik de naam van iemand vergeten die mij vorige week heeft gebeld over iets behoorlijk belangrijks.

Ik bel weer naar de desbetreffende instantie om er achter te komen met wie ik nou heb gesproken en deze persoon te voorzien van extra informatie.

Vooraf aan zo’n gesprek oefen ik alvast wat ik nu eigenlijk moet vragen en wil zeggen. Soms maak ik wat notities van dingen die ik echt niet mag vergeten.

Als ik niet vooraf precies weet wat ik moet vragen of wil zeggen dan kan het soms heel lang duren voor ik uitgelegd krijg wat ik nou eigenlijk wil zeggen. Ik weet het wel zo ongeveer maar kan dan weer niet op een woord komen en probeer met andere woorden duidelijk te maken wat ik nou eigenlijk bedoel. Dit leidt soms tot best hilarische situaties.

 

Het heeft ook best even geduurd voor ik gesprekken zelf durfde te voeren omdat ik me voor schut voelde staan of niet duidelijk gemaakt kreeg wat ik nou bedoelde. Ik heb ook weleens opgehangen midden in een gesprek omdat ik niet meer door had waar het over ging en mezelf voor paal voelde staan. Ik durfde toen nog niet te vragen of het even herhaald kon worden.

 

Maar goed, ik heb mijn verhaaltje geoefend en bel de desbetreffende instantie.

De telefoniste verteld mij direct dat ik de verkeerde afdeling heb en vraagt of ik pen en papier bij de hand heb om het juiste nummer te noteren. (op hun website stonden wel zes verschillende telefoonnummers waar ik al ernstig van in de war raakte en uiteindelijk heb ik er maar gewoon een uitgepikt).

Uhmm, wacht even, mijn hoofd denkt nog dat ik nu iemand te spreken krijg die ik al eerder heb gesproken en nu moet ik ineens pen en papier hebben. Even schakelen.

Pen en papier hebben een vaste plaats gekregen dus dat heb ik gelukkig zo gevonden en in mijn hoofd herhaal ik steeds welke instantie ik aan de telefoon heb en waarvoor. 

Ik noteer uiteindelijk het nummer, zeg dat ik het opgeschreven heb en hang op. Oeps, vergeten te bedanken en haar een fijne dag toe te wensen.

Ik bel nu naar het andere nummer en doe wederom mijn verhaaltje. Toch nog maar een keertje extra geoefend.

De telefoniste zegt mij dat ik haar al twee keer heb gesproken en dat zij mij al had verteld dat ik wel terug gebeld word. O, ja maar ik ben nog niet terug gebeld en ik wil toch wel heel graag de persoon spreken die mij gebeld had.

De telefoniste zegt mij nu iets minder vriendelijk dat ze me al had uitgelegd dat de afdeling die erover gaat er niet was. Zij gaat het voor mij uitzoeken, dat had ze me OOK al verteld. Ik stond op haar lijstje en ze ging er echt achteraan. 

Ik zeg haar dat mijn geheugen nogal kak is, inmiddels ook op een iets minder vriendelijke toon.

Ze zegt dat dat vervelend is.

Ik zeg: “Inderdaad”en hang op.

Oeps, weer vergeten het gesprek af te sluiten met een bedankt of een dag of een fijne dag.

Dit keer vind ik het stiekem eigenlijk helemaal niet zo erg.

 


Simpel dankjewel

 

Al meerdere malen heb ik iets willen schrijven voor alle mensen die er voor mij waren en voor de mensen die er nog steeds voor me zijn.

Een simpel dank je wel klinkt zo afgezaagd want ik ben meer dan dankbaar. Was daar maar een woord voor. 

De collega’s met wie ik dienst had die 22 mei. Al de collega’s die er waren die avond. Die kwamen toen er een eenheid bij werd gevraagd.

De collega die zoveel collega’s heeft ontzet. Die als een malle heeft gevochten voor zijn collega’s.

De collega die voor me ging staan en één van de verdachten bij mij weg wist te houden terwijl ik op de grond lag.

De collega’s die er hebben moeten vechten, echt vechten om ‘s avonds gewoon weer thuis te kunnen komen bij man/vrouw, vriend/vriendin en kinderen.

De collega’s die om assistentie hebben geroepen en de collega’s die op die oproep afkwamen. (geen idee wie dit allemaal waren).

De collega’s die vanuit huis kwamen om andere collega’s op te vangen en zo ook mijn ouders en er waren in het ziekenhuis.

De collega’s die elkaar gesteund hebben, naar elkaar geluisterd hebben.

De collega’s die mij nadien hebben geholpen met alles op papier zetten, er waren bij de rechtszaken, advies gaven, mee gingen naar afspraken bij de bedrijfsarts of naar het UWV, luisterden naar mijn frustratie, verdriet en woede. De collega op wie ik soms mocht schelden of waarbij ik mocht janken omdat ik ook zo graag deel wil uit maken van deze groep mensen en het niet lukt.

Eigenlijk ben ik trots op elke collega en heb ik diep respect voor jullie allemaal.

Waar was ik zonder jullie? Had ik dit dan kunnen typen?

Ik ben er trots op dat jullie er zijn. Het verschil kunnen maken voor mensen in allerlei situaties.

Zo neem je een aangifte op, zo ben je een dag later een kindje aan het reanimeren.

Schrijf je een bon uit en moet je met spoed weg om iemand van het spoor af te halen die eigenlijk geen zin meer heeft in het leven.

Wijs je iemand de weg en sta je een kwartier later bij een zwaar ongeval en breng je misschien iemand heel slecht nieuws.

Houd je een inbreker aan, stel je mensen gerust, of houd je iemands hand vast van wie je weet dat de laatste adem elk moment uitgeblazen kan worden.

Uitgaansnachten, burenruzies, huiselijk geweld, evenementen of het uitvoeren van een rechterlijke machtiging. Wie weet is dit de melding waarbij je uit het niets moet vechten voor je leven.

Ik ben trots dat er mensen zijn die dit allemaal willen en kunnen doen. Die hiervoor gekozen hebben.

Ik ben retetrots dat ik dit ooit heb mogen doen met een fantastische club mensen en ik ben zeker trots op mijn extra plaatje voor jullie allemaal ;-)

Ik ben zo dankbaar dat jullie er zijn 24/7. 

 

 

Dankjewel en dan keer 1000, dan is het geen simpel dank je wel meer toch?


Flippie

Flip.

Mijn lieve, gekke Flip. Ik vond dat ik zeker ook een stukje over Flip moest schrijven omdat Flip heel belangrijk voor me is geweest.

Flip kwam bij ons als pup. Hij barstte van de energie en ik wist al snel dat ik met hem iets moest gaan doen waarin hij al die energie kwijt kon.

Nu wilde ik voor het werk heel graag met speurhonden gaan werken. Ik dacht dat dit misschien ook wel iets voor Flip kon zijn. Hier kon hij lekker zijn energie in kwijt. 

En ja hoor, hij vond het helemaal geweldig. Ik oefende in de tuin. Verstopte overal brokjes en snoepjes en hij vond ze allemaal. 

Je hoorde hem snuffelen en hij bleef mooi laag aan de grond met zijn neus. We oefenden zelfs in het bos. Dan ging ik me ook verstoppen en Flip vond me dan elke keer weer. 

Kwispelen, snuffelen, hij vond het geweldig. Als hij je had gevonden was hij zo enthousiast en trots.

Zo zochten we een club op waar we konden gaan trainen. Flip had er zeker aanleg voor. Hij vond het leuk maar was ook wel over enthousiast. Het zou veel werk en energie gaan kosten met hem.

Geen probleem. We oefenden thuis lekker verder in de tuin en in het bos.

En elke keer was het voor Flip een feestje.

 

Flip en Doedel konden het ook goed vinden samen al was Flip wel redelijk dominant. Doedel trok zich wat meer terug maar goed ze was tenslotte altijd alleen geweest met mij en later met Roel erbij.

Het was vast gewoon even wennen. Ze lagen wel steeds vaker samen te slapen.

Doedel was altijd een rustige hond. Liep rustig met je mee aan de lijn. Flip daarentegen trok je gewoon mee. 

Hij wilde overal alles besnuffelen en was gewoon super enthousiast. Hond liet baasje uit. Dat trekken aan de lijn, daar zouden we nog wel aan gaan werken. 

 

En toen werd het 22 mei 2015.

Toen ik uit het ziekenhuis kwam merkte je meteen aan Doedel en Flip dat ze door hadden dat er iets anders was. Doedel nam afstand. Flip zocht me op.

Als ik op de bank lag dan was Flip er. Hij lag het liefst tegen me aan.

Ik genoot van zo’n maatje bij me. We hebben er veel foto’s van.

Na een tijd revalideren wilde ik ook weer met Flip gaan wandelen. Flip trok nog steeds heel hard aan de riem en met rechts hield ik hem niet meer. Omdat ik al veel deed met links raakte mijn linkerarm overbelast. Ik kon dus niet meer met Flip lopen. Ook het speurwerk moesten we opgeven. Daar had ik de energie nog niet voor en bovendien mocht ik toch niet auto rijden. 

Flip begon het te missen en ging ander gedrag vertonen. Hij miste het speuren, de wandelingen, de oefeningen die we deden. Hij begon te knagen aan de meubels.

Aan alles. De deuren, deurstijlen, muren, de bank, een stoel, tv meubel, tafel.

Alles ging stuk. 

We hebben toen van alles geprobeerd, van speciale denkspeeltjes, tot een hondentrainer. Niets hielp.

Hij had gewoon die beweging nodig, de uitdaging van het speuren.

Flip was Flip niet meer. Hij werd rustiger, keek je triest aan vanaf zijn kussen alsof hij wilde zeggen: “Kom nou mee, alsjeblieft.” Maar ik kon het niet. Het frustreerde me zo en ik werd er zo verdrietig van om mijn maatje zo te zien dat we uiteindelijk hebben besloten een ander baasje te zoeken voor Flip.

Daar hebben we heel lang over gedaan want we wilden iemand met alle tijd, aandacht en liefde voor Flip en iemand die ons op de hoogte wilde houden hoe het met Flip ging.

Gelukkig vonden we iemand waar we nu nog contact mee hebben. We krijgen foto’s en filmpjes van Flip. Hij is gelukkig, heeft alle ruimte om te dollen en te rennen en heeft zelfs een vriendinnetje. 

Daar ben ik blij om maar ik mis hem nog steeds. Wat was hij lief voor me en wat bleef hij trouw bij me liggen. Al die uren, dagen en maanden dat ik op de bank lag was hij er steeds. Dicht bij me alsof hij me wilde beschermen.

Later ook bij Joep. Wat was hij lief voor Joep. Ook daar hebben we gelukkig nog mooie foto’s van.

Lieve Flip, geniet daar in het Gooische met je lieve baasje en je nieuwe vriendjes en vriendinnetjes.

Ik vergeet veel maar jou nooit.


2.0

 

Tijdens het revalideren zijn we er nu achter welke sporten me wel liggen en lukken.

Ik houd het bij zwemmen, wandelen en skeeleren. Ik moet elke dag bewegen. Dat is heel belangrijk en blijkbaar ook goed voor de hersenen, nooit geweten.

Nu vindt Joep het helemaal prima om elke dag mee te gaan. Hij vindt het elke keer weer heerlijk om met me door het bos te wandelen. Het is er heerlijk rustig. Er zijn soms dagen bij dat we gewoon niemand tegen komen. Onder weg drinken we wat en eigenlijk is het best gezellig zo samen.

Het voelt niet als iets dat ik moet doen.  

 

Nu eigenlijk wel heel duidelijk is geworden dat ik mijn werk niet meer kan doen begint er ook een soort nieuwe periode. Er wordt gezegd bij het revalidatiecentrum dat we gaan werken aan Marieke 2.0.

Ik weet nog niet helemaal wat ik er van moet vinden. Ik houd nog vast aan hoe het was en wil dat eigenlijk nog niet los laten al is het besef dat het niet anders kan er wel.

Gelukkig wordt er nooit over acceptatie gesproken. Dat vind ik echt zo’n rotwoord. Alsof je dan maar moet accepteren dat je die klappen hebt gehad en daardoor alles anders is. Ik denk als het over acceptatie was gegaan ik nooit zo hard had gewerkt aan Marieke 2.0.

Ik krijg uitslagen van onderzoeken nu onder ogen op papier. Best even raar om het te zien staan, alsof het niet over mij gaat terwijl ik weet dat het zo is. Hoezo vast houden aan het “oude.”

Het afscheid nemen van mijn werk en daarbij van collega’s valt me heel erg zwaar. Dat is iets waar ik zelfs nu nog niet klaar mee ben. 

 

Het revalidatiecentrum ligt recht tegenover mijn werk. Terwijl ik in het zwembad mijn baantjes trek hoor ik mijn collega’s wegrijden met toeters en bellen. Ik merk dat ik meteen nieuwsgierig word, wat voor melding zal dit zijn? Ik word ook verdrietig. Dit is einde verhaal voor mij. 

Ook als ik op het werk ben rennen regelmatig collega’s mij voorbij op een melding af. Iedereen de auto’s in en gaan. Ik kan de adrenaline bijna voelen soms. 

Mijn God, wat ga ik dat missen. Dat gevoel iets te kunnen betekenen voor anderen, dat hechte gevoel met collega’s, dat vertrouwen op elkaar, de grappen die regelmatig worden uitgehaald. 

Ik heb al momenten gehad dat ik op het werk was en maar snel weg ging omdat ik alleen maar kon janken. Het is een afscheid van een wereld waarin je jaren hebt deelgenomen. Waarin je zoveel mooie, heftige en klote dingen samen hebt gedeeld. 

Ik hoor regelmatig mensen vloeken op het werk. Dat ze weer een balie dienst hebben of drie late diensten in een week, of dat ze een half jaar naar een andere afdeling moeten, iets waar ik zelf ook om gevloekt heb. En nu, ik zou er zelfs jaren heen gaan om maar weer terug te kunnen komen bij hetgeen ik met zoveel plezier deed. 

Mensen zeggen me: “Ja, maar kijk naar wat je hebt nu, Joep bijvoorbeeld.”

Joep is het allerbeste en mooiste en meer dan dat maar mag ik dan geen verdriet hebben van het niet meer mee kunnen doen, niet meer deel uit kunnen maken van die mooie club mensen, van het mooiste beroep dat er is?

Ik mis het verdomme en ik ben er boos om dat ik het moet missen en verdrietig en ik wil het gewoon weer kunnen doen, mag dat ook?

Gewoon eens boos zijn en vloeken? 

Ik mis het meer dan ik ooit had kunnen denken.